Polymarket-traders die verlies maken: waarom 84 procent in de min staat

Verdeling van winst en verlies bij Polymarket-traders

Het cijfer dat de industrie liever niet herhaalt

In april 2026 publiceerde analist Andrey Sergeenkov een on-chain studie die 2,5 miljoen Polymarket-adressen analyseerde. De conclusie: 84,1 procent van alle traders stond in de min. Slechts 2 procent kwam over het niveau van 1.000 dollar cumulatieve winst. En maar 0,32 procent bereikte 10.000 dollar winst. Dat zijn cijfers die haaks staan op het gangbare beeld van prediction markets als “de meest accurate voorspellingsinstrumenten ter wereld”. En ze vragen om een eerlijk gesprek.

In dit stuk leg ik de Sergeenkov-analyse uit, bespreek de alternatieve meting van eind 2025 die tot andere cijfers komt, onderzoek waarom de top 1 procent zo dominant is en trek lessen voor Nederlandse instappers. Ik oordeel niet over Polymarket als platform – de cijfers zijn wat ze zijn, en mijn doel is om Nederlandse lezers te helpen met realistische verwachtingen, niet om enthousiasme af te breken.

De kern: prediction markets zijn empirisch efficiënt op aggregatieniveau, maar voor individuele deelnemers is het spel hard. De winst-verdeling is extreem scheef, en de meeste deelnemers verliezen. Dat betekent niet dat het onmogelijk is om te winnen – het betekent dat je een duidelijk voordeel moet hebben en discipline om het uit te buiten.

Wat Sergeenkov vond

Sergeenkov’s methodologie was eenvoudig en transparant. Hij analyseerde 2,5 miljoen unieke wallet-adressen die actief waren op Polymarket tussen begin 2023 en begin 2026. Voor elk adres berekende hij cumulatieve positieve en negatieve P&L op basis van on-chain transacties – stortingen, handelen, uitbetalingen.

De verdeling was drastisch scheef. 84,1 procent van de adressen stond cumulatief in de min. 15,9 procent kwam boven nul uit. Binnen die winnende groep was de concentratie weer scherper: 0,32 procent van alle adressen bereikte meer dan 10.000 dollar winst, en het overgrote deel van de totale positieve P&L zat bij enkele honderden adressen.

Wat opvalt: deze analyse werkt per adres, niet per persoon. Een ervaren trader die meerdere wallets gebruikt wordt in Sergeenkov’s telling als meerdere entiteiten gerekend. Dat zou het beeld iets kunnen vertekenen – maar niet fundamenteel. Zelfs met aggressieve correcties voor multi-wallet-gebruik blijft de verdeling extreem scheef.

Wat Sergeenkov ook benoemde: de verliezen komen grotendeels van kleine posities. Veel adressen verliezen 10 tot 500 dollar en stoppen. Een kleinere groep speelt groter en verliest zwaarder. Een nog kleinere groep – de statistische winnaars – opereert met systematische strategieën, diepere research en meer kapitaal.

Alternatieve meting van 30 procent

Niet alle studies komen op dezelfde cijfers. Een SSRN-preprint uit eind 2025 hanteerde een andere methodologie en concludeerde dat ongeveer 30 procent van de Polymarket-traders positieve winst maakte. Dat is bijna dubbel het niveau dat Sergeenkov vond. De verklaring zit in drie methodologische keuzes.

Eerste verschil: tijdsvenster. De SSRN-studie keek naar een specifieke periode waarin grote Amerikaanse verkiezings-markten dominant waren. Sergeenkov nam een breder driejaars-venster, inclusief kleinere markten met minder liquiditeit.

Tweede verschil: adres-aggregatie. SSRN aggregeerde sommige adressen via heuristieken als “vermoedelijk dezelfde persoon”, wat de kleine verliezers-massa reduceerde. Sergeenkov telde elk adres apart.

Derde verschil: de definitie van “trader”. SSRN telde alleen adressen met meer dan een minimaal aantal transacties en een minimaal stortingsvolume. Sergeenkov includeerde ook adressen die slechts eenmaal een kleine wed plaatsten en daarna stopten – dat is een groep met zeer hoge verliesratio.

Welke meting is “correct”? Beide zijn statistisch verdedigbaar, maar meten verschillende dingen. Sergeenkov’s 84 procent beschrijft “alle deelnemers inclusief incidentele gebruikers”. SSRN’s 30 procent beschrijft “serieuze traders die herhaaldelijk terugkomen”. Voor een Nederlandse instapper is de Sergeenkov-meting relevanter, want die spiegelt de realiteit waarin de meeste nieuwe gebruikers eerst incidenteel handelen.

Waarom de top 1 procent 84 procent van de winst pakt

Een preprint van januari 2026 deed onderzoek naar de verdeling onder winstgevende traders. De conclusie was dat de top 1 procent van alle deelnemers 84 procent van de totale winsten incasseert. Dat is extreme Pareto-verdeling, zelfs strenger dan in aandelenhandel of poker.

De mechanismen zijn drie. Eerst: informatie-asymmetrie. Een trader met betere toegang tot informatie – polling-data, domein-expertise, netwerken van bronnen – heeft een structureel voordeel in markten waar uitkomsten onzeker zijn. Die voordelen compounden over veel trades.

Tweede: executie-kwaliteit. Professionele traders plaatsen limiet-orders in plaats van marktorders, timen hun entry en exit, en benutten bid-ask-spreads. Deze operationele discipline levert consistent een extra procent of twee op per trade. Over honderden trades wordt dat een grote som.

Derde: risico-management en kapitaal. Een trader met 100.000 dollar kapitaal kan diversifieren over veel markten en asymmetrische kansen benutten die iemand met 500 dollar niet kan raken. Kleinere traders moeten concentreren, wat de variantie verhoogt en de uitkomst-distributie uitstrekt naar de negatieve staart.

Shayne Coplan, CEO van Polymarket, framet dit anders: “Prediction markets have become the most accurate thing we have as mankind when it comes to predicting future event outcomes.” Die accuraatheid wordt gemaakt door precies die top-traders. De markt is op aggregaatniveau goed gekalibreerd, maar het is de minderheid van efficiënt-handelende deelnemers die de prijs zet en de winst vangt. De meerderheid die tegen die prijs handelt met inferieure informatie is structureel op verlies.

Les voor een Nederlandse instapper

Wat trek je hieruit als beginnend Polymarket-gebruiker in 2026? Drie concrete conclusies.

Eerste conclusie: wees realistisch over je kansen. Een eerste-maal-gebruiker die zonder voorbereiding een positie opent, zit structureel in de 80 procent die in de min eindigt. Dat is geen pech; het is de verdeling. Begin met de verwachting dat je gaat verliezen en behandel je eerste paar honderd euro als “leergeld” in plaats van als investeringen.

Tweede conclusie: concentreer op domeinen waar je een edge hebt. Als je geen bijzondere kennis hebt over Amerikaanse politiek, ga daar niet tegen gespecialiseerde handelaren in. Als je bijvoorbeeld Eredivisie-voetbal beter volgt dan gemiddeld, begin daar. Je edge zit niet in goed voelen – het zit in informatie of inzicht dat anderen niet hebben.

Derde conclusie: behandel verliezen als informatie. Een trader die na drie verlieswedden de inzetten verhoogt om “terug te winnen” maakt de klassieke chasing-fout. De top 1 procent doet het omgekeerde: bij verlies verlagen ze positiemat en analyseren ze wat er misging. Voor de Nederlandse beginners is dit mentale framework vaak lastiger dan de technische kant.

Hanzo van Beusekom van de AFM waarschuwde: “Het is erg belangrijk dat potentiële cryptobeleggers beseffen dat, ook met AFM-toezicht, het handelen in crypto’s zeer risicovol blijft.” Die waarschuwing geldt dubbel voor prediction markets, waar de winst-verdeling aantoonbaar ongunstiger is voor kleine deelnemers dan bij directe crypto-handel.

Voor een bredere kijk op het prediction-market-landschap en juridische context in Nederland, zie mijn analyse van prediction markets crypto in Nederland.

Waarom lopen de schattingen over winnende Polymarket-traders zo uiteen?
De verschillen (30 procent in SSRN versus 15,9 procent in Sergeenkov) komen uit methodologische keuzes: tijdsvenster, adres-aggregatie en de definitie van "trader". Beide schattingen kloppen binnen hun eigen definitie. Voor nieuwe instappers is het conservatievere Sergeenkov-cijfer een realistischer verwachtingskader.
Welk trading-gedrag correleert met positief netto resultaat?
Uit de on-chain analyses komen drie patronen naar voren: gebruik van limietorders boven marktorders, diversificatie over meerdere markten en domeinen, en positiematen die relatief klein blijven ten opzichte van totale balans (typisch 1 tot 5 procent per trade). Professionele traders plaatsen zelden meer dan 5 procent van hun kapitaal op een enkele markt.
Hoe voorkom ik dat ik in de 84 procent verliezende groep terechtkom?
Verlaag je positiematen tot bedragen waarbij verliezen niet emotioneel zijn, concentreer op domeinen waar je meetbare kennis hebt en houd een trading-log bij om je eigen patronen te analyseren. De meeste verliezers verliezen niet door een enkele grote miscalculatie, maar door een reeks impulsieve beslissingen zonder reflectie. Disciplineren van dat gedrag is belangrijker dan marktanalyse.