Kansspelbelasting op crypto-winsten in 2026: tarief en aangifte

Waarom dit jaar anders is dan vorig jaar
AFM-data uit november 2025 toonde aan dat bijna 1 op de 10 particuliere beleggers in Nederland inmiddels crypto in portefeuille heeft. In 2022 was dat 1 op de 100. Die tienvoudige groei in drie jaar staat in scherp contrast met de fiscale infrastructuur, die tot voor kort simpelweg niet was aangepast voor de realiteit van on-chain transacties. In 2026 verandert dat. DAC8-rapportage start in 2027 over het fiscaaljaar 2026, wat betekent dat aangifte over dit jaar de eerste is waar de Belastingdienst automatisch veel meer data tegen je cijfers kan leggen. Wie nu niet aangeeft, loopt een ander risicoprofiel dan drie jaar geleden.
In dit stuk behandel ik hoe kansspelbelasting werkt voor crypto-winsten, wie in welke situatie moet afdragen, wat er verandert bij offshore-operators en hoe de praktische aangifte eruitziet. Geen juridisch advies – voor substantiele bedragen is een fiscalist altijd de juiste partner. Wat ik hier geef is het raamwerk dat je nodig hebt om het gesprek met die fiscalist effectief te voeren.
De kern: het tarief kansspelbelasting is 30,8 procent over de netto winst in 2026. Wie een legale Nederlandse operator gebruikt, zit niet in dit verhaal – de operator draagt af voor je. Wie bij een offshore crypto-sportsbook wed, moet zelf aangeven. De wiskunde is niet complex, de uitvoering wel – vooral bij winsten in USDT die je later verkoopt.
Het tarief van 30,8 procent uitgelegd
Kansspelbelasting wordt geheven over “prijzen” behaald bij kansspelen. Voor 2026 is het tarief 30,8 procent, een stijging van de eerdere 29 procent. De grondslag is de netto winst – wat je wint min wat je inzet – niet het totaal uitbetaalde bedrag.
Concreet voorbeeld. Je stort 1.000 USDT bij een offshore crypto-sportsbook. Over een jaar wed je daar 15 keer, verliest 8 keer, wint 7 keer. Totaal cumulatieve winst op je winnende wedden: 2.200 USDT. Totaal cumulatieve verlies op je verliezende wedden: 1.500 USDT. Netto jaarlijkse winst: 700 USDT. Over die 700 USDT betaal je 30,8 procent kansspelbelasting – ongeveer 216 USDT equivalent in euro’s op het moment van de winstrealisatie.
Let op: de berekening werkt per kalenderjaar en per gokproduct, niet gemiddeld over jaren. Als je in 2025 verliest en in 2026 wint, compenseer je het verlies niet; je betaalt alleen over de netto winst in 2026 zelf. Dat is een belangrijke nuance die veel mensen missen – kansspelbelasting werkt anders dan inkomstenbelasting.
De peildatum voor de waarde is het moment van de prijs-realisatie. Dat betekent: op het moment dat je een wed wint en de uitbetaling binnenkomt in USDT, is de euro-waarde op dat moment je belastbare basis. Wat de USDT later waard is (in euro-termen) is voor kansspelbelasting irrelevant – je wisselkoersrisico is een apart verhaal.
Wie draagt af: aanbieder of speler?
Bij Nederlandse Ksa-vergunninghouders is het simpel. De operator draagt kansspelbelasting af voor je uitbetalingen. Je krijgt je winst “netto” uitbetaald en ontvangt aan het eind van het jaar een overzicht voor je aangifte. Je aangifteplicht is minimaal; je hoeft niet zelf te rapporteren tenzij het ter inzage wordt gevraagd.
Bij offshore operators is de speler verantwoordelijk. Geen enkele Curaçao- of Anjouan-operator draagt Nederlandse kansspelbelasting af. Als je daar wint, ben je zelf verplicht om aangifte te doen bij de Belastingdienst. Dit staat in de Wet op de kansspelbelasting artikel 1 lid 1 sub b: bij buitenlandse aanbieders ligt de afdrachtplicht bij de gerechtigde tot de prijs.
Maaike Diepstraten van de AFM zei over crypto-gedrag: “Naast het inleggen van relatief lage bedragen, blijven veruit de meeste respondenten ook weg van meer risicovolle activiteiten zoals het gebruik maken van geleend geld of het uitlenen van crypto’s.” Die observatie suggereert dat de gemiddelde crypto-belegger zich voorzichtig gedraagt. Maar bij de kansspel-fiscale plicht is “voorzichtig” niet voldoende – je moet actief aangifte doen, ook bij kleine winsten.
In de praktijk zie ik vaak dat mensen denken dat er een drempelbedrag is waaronder aangifte niet nodig is. Dat klopt niet. Kansspelbelasting geldt vanaf de eerste euro netto winst in een kalenderjaar. Er zijn geen forfaitaire vrijstellingen voor gokken. De enige reden dat mensen de praktijk niet aangeven, is dat de Belastingdienst beperkte traceermogelijkheden heeft gehad – maar dat verandert snel met DAC8.
Offshore: de speler betaalt zelf
Voor een Nederlander die bij een Curaçao-crypto-sportsbook wedt, ziet de aangifte er als volgt uit. Eind van het belastingjaar maak je een overzicht: alle gewonnen wedden met hun winsten (in euro op het moment van uitbetaling), alle verloren wedden met hun verliezen, en het saldo.
Als het saldo positief is, is dat je belastbare kansspelwinst. Je geeft het aan via het aangifteformulier inkomstenbelasting. In 2026 is de specifieke box nog afhankelijk van je situatie – voor incidentele wedders is het via het extra-inkomsten-onderdeel van de aangifte; voor wie het frequent en systematisch doet kan Box 1 (winst uit overige werkzaamheden) van toepassing zijn.
Wat je administratief bij moet houden: datum per wed, brutowinst of verlies in USDT (of andere munt), euro-koers op het moment van uitbetaling, en het platform. Crypto-tax-tools zoals Koinly, CoinTracking of Accointing kunnen dit grotendeels automatiseren als je de transactie-hashes bewaart. Tel niet op je geheugen – het moment van realisatie is wat telt, en dat moment kan in pieken aanzienlijk afwijken van je “gemiddelde” USDT-waarde over het jaar.
De waarde van indirecte cryptobeleggingen door Nederlandse huishoudens en bedrijven groeide van 81 miljoen euro eind 2020 naar 1,2 miljard euro in oktober 2025. Die groei is precies de reden dat DAC8-rapportage van 2027 meer impact gaat hebben. Als je vandaag een crypto-sportsbook-winst niet aangeeft en de Belastingdienst weet volgend jaar via DAC8-data dat je grote bedragen kocht en verkocht op een Nederlandse exchange, krijg je vragen. Boetes voor niet-aangifte lopen op tot 100 procent van het ontdoken bedrag.
Praktijk bij volatiele crypto-winsten
Een specifiek ongemak bij kansspelbelasting over crypto-winsten is de koers-realisatie. Stel: je wint 5.000 USDT bij een koers van 0,92 euro per USDT op 15 juli 2026. Je belastbare basis is 4.600 euro, en de belasting 1.417 euro. Je besluit de USDT op je account te laten staan en een jaar later te verkopen, op het moment dat USDT 0,88 euro is. Je realiseert dan 4.400 euro – minder dan je belastingverplichting berekende.
Belangrijk: de kansspelbelasting wijzigt niet door latere koersdalingen. Het moment van winning is het peilmoment. Als je later met een verlies verkoopt, is dat een ander verhaal (mogelijk Box 3 waarde-negatief, afhankelijk van je totale situatie).
Mijn werkregel voor klanten: na elke significante winst zet ik het kansspelbelasting-bedrag apart in euro’s (of USDC met betere peg-stabiliteit) en bewaar dat tot de aangifte. Dat voorkomt verrassingen door koersvolatilitet en zorgt dat je als het nodig is liquiditeit hebt om de belasting te voldoen zonder geforceerd verkopen.
Voor een bredere kijk op crypto-risicobeheer inclusief fiscale aspecten, zie mijn analyse van risico’s van crypto wedden.